Laatste week Curaçao
Na de overdracht van mijn werkzaamheden op de Marinebasis Parera aan mijn opvolger humanistisch raadsman Harrie Bols, ben ik de laatste week van mijn plaatsing op Curaçao met mijn eigen verhuizing begonnen. Het weekend voordat de verhuizer zou komen inpakken, hebben we veel huisraad al zelf netjes gesorteerd en opgeruimd. Maandagochtend om 07.00 uur waren we er helemaal klaar voor. De verhuizer echter niet. Tijdens een voorlichtingsbijeenkomst over de verhuizing was ons beloofd dat deze om 08.00 uur zou komen. Toen er om 09.00 uur nog niemand was, ben ik maar eens gaan bellen waar ze bleven. Net toen ik had neergelegd, kwamen er twee mannen aanlopen. Ik was blij met hun komst, echter met twee man zou het vandaag echt niet lukken om op tijd klaar te zijn. Om een lang verhaal kort te maken: de volgende dag om 16.30 uur arriveerde de container en stond alles er om 18.00 uur in. Na de gedane arbeid heeft een vriend van mij, die ik ken via het Korps Mariniers, getrakteerd op Chinees. We hebben nog even heerlijk op de porche zitten napraten.
Nadat de container door een truck was opgehaald, zijn Sandra, Joshua, Max (onze hond) en ik naar Piscadera Bay Resort gereden. De komende zes dagen hadden we hier een huisje voor ons vertrek naar Nederland. Ons meubilair stond weliswaar klaar om naar Nederland verscheept te worden, voor ons was de verhuizing nog niet afgerond. Deze dagen hebben we verschillende instanties bezocht en daar moet je op Curaçao toch echt de tijd voor nemen. De wachttijd om ons uit te schrijven bij Kranshi (het bevolkingsregister) duurde maar liefst drie uur. Het opheffen van onze bankrekening ging daarentegen aanmerkelijk sneller. Binnen een uur stonden we weer buiten. De laatste dagen hebben we ook nog een kort bezoek aan de verhuurder van ons huis op Grote Berg gebracht en zijn we nog langs het verhuisbedrijf gereden om formulieren te tekenen. Naast het verrichten van de noodzakelijke formaliteiten waren er ook leuke activiteiten die bij het afscheid nemen horen. Zo kregen Sandra, Joshua en ik een lunch aangeboden door het Stichtingsbestuur van Vormingscentrum Landhuis Ascencion op het landhuis. Ik heb een prachtige zeefdruk van het landhuis als afscheidscadeau gekregen.
Drie dagen voor ons vertrek ben ik ook nog op de Militaire Begraafplaats aan de Roodeweg geweest. In een paar jaar tijd is deze begraafplaats van een sterk verwaarloosde plek veranderd in een plaats waar militairen met ere kunnen rusten. Ik heb alle vrijwilligers en de bestuursleden van de Stichting Militair Erfgoed Curaçao (SMEC) bedankt voor hun betrokkenheid en inzet. Aan het einde van de maandelijkse schoonmaakronde, heb ik in de nabijgelegen snék de mensen getrakteerd op een drankje. Op de dag van vertrek naar Nederland zijn we met een busje van de Koninklijke Marine (KM) opgehaald van Piscadera Bay Resort en naar het vliegveld Hato gebracht. Het is een goede traditie binnen de KM dat de mensen die gaan vertrekken, worden uitgedronken (het zogenaamde Hato-biertje). Veel van de mensen waarmee ik de afgelopen jaren heb samengewerkt en een relatie heb opgebouwd, hebben de moeite genomen om mij uit te zwaaien. Op zulke momenten realiseer je je pas goed wat het betekent zulke dierbare contacten te hebben en om ‘Tot ziens!’ te zeggen. Ik zal ze gaan missen.
Dit is de laatste blog dat ik schrijf over mijn plaatsing op Curaçao. Het was een bijzondere tijd waar ik met veel plezier op terug kijk, waarin ik veel heb geleerd en die ik positief afsluit. De lezers van mijn blog heb ik willen informeren over mijn werkzaamheden in de West. Ik wens mijn opvolger, humanistisch raadsman Harrie Bols, veel plezier en wijsheid toe bij deze unieke plaatsing. Nu ik deze weblog afsluit, hoop ik dat de verschillende blogs binnenkort in hardcopy in een boekje onder de titel ‘Webverhalen uit de West’ zullen verschijnen. Een boekje over de werkzaamheden van een humanistisch raadsman in de West kan een breder publiek op de hoogte brengen van het unieke werk van een geestelijk verzorger bij de Krijgsmacht. Bij het schrijven van mijn weblog heb ik mij ook altijd gerealiseerd dat er collega’s onder moeilijke omstandigheden hun werkzaamheden in andere delen van de wereld verrichten (Afghanistan, de Balkan en Afrika). Vanuit de West heb ik hun inzet altijd met grote belangstelling en respect gevolgd.















